Innovatie
Samenwerken in innovatieprojecten: wat regelt u vooraf?
Bij publiek-private samenwerking (PPS) in R&D werken kennisinstellingen, bedrijven en de overheid samen aan Research en Development.
Wat bedoelen we met samenwerken in innovatieprojecten?
Bij publiek-private samenwerking (PPS) in R&D werken kennisinstellingen, bedrijven en de overheid samen aan Research en Development. Binnen de topsectoren gebeurt dat in de programma’s van de Topconsortia voor Kennis & Innovatie (TKI’s); de cijfers over publiek-private R&D-investeringen gaan alleen over die samenwerking binnen de topsectoren en de daaraan verbonden TKI’s.
De overheid stimuleert samenwerking tussen universiteiten en bedrijven. Naast onderzoeksopdrachten en TKI-programma’s is er sinds enkele jaren het strategisch partnership. Het Rathenau Instituut noemt dat een nieuwe samenwerkingsvorm in publiek-private samenwerking in onderzoek.
RVO hanteert de bredere term publiek-private partnerschappen voor samenwerking tussen overheid, bedrijven, kennisinstellingen en ngo’s. Doel is de denk- en innovatiekracht van de markt te vergroten.
Regel eerst wie de regie heeft en wie uitvoert
Bij PPS als contractvorm tussen overheid en markt houdt de overheid de regie over het project en het eindresultaat. De uitvoering gaat zo veel mogelijk naar marktpartijen. Rijkswaterstaat schrijft voor hoe alles moet werken, maar laat het ontwerp en/of het bedenken van de oplossing aan de markt.
Soms is de opdrachtnemer volledig verantwoordelijk voor ontwerp, bouw, beheer en onderhoud en financiering van het project. Zulke contracten kunnen twintig of dertig jaar lopen. Maak daarom vooraf duidelijk welke taken bij de opdrachtgever blijven, zoals bij Rijkswaterstaat vergunningverlening en verkeersmanagement, en welke worden uitbesteed.
Rijkswaterstaat weegt per taak af of PPS passend is en of marktpartijen al vroeg bij de plannen worden betrokken. Uitbesteden is niet altijd beter of goedkoper: PPS-contracten zijn vaak ingewikkeld en kunnen meer tijd en geld kosten.
Leg onafhankelijkheid en publicatieafspraken vast
Samenwerking tussen universiteiten en bedrijven mag de onafhankelijkheid van onderzoek niet schaden. Onderzoekers en bedrijven kunnen tegengestelde belangen hebben: een onderzoeker wil resultaten soms zo snel mogelijk publiceren, terwijl een bedrijf daar voor productontwikkeling langer mee wil wachten. Leg daarom vooraf vast hoe en wanneer publicatie plaatsvindt.
In de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening hebben universiteiten afgesproken dat onderzoekers ook bij onderzoek in opdracht van een bedrijf onafhankelijk kunnen werken. De onderzoeker mag de resultaten publiceren, eventueel na een afgesproken termijn, en het bedrijf oefent geen invloed uit op de resultaten. Het onderzoek moet wetenschappelijk relevant zijn, dus niet alleen relevant voor het bedrijf.
Universiteiten hebben deze richtlijnen samen vastgesteld en op elke instelling geïmplementeerd.
Maak intellectueel eigendom en kennisoverdracht expliciet
Het Richtsnoer Intellectueel Eigendomsrecht (VSNU, NFU, KNAW, NWO) beschrijft hoe academische start-ups met intellectueel eigendomsrecht moeten omgaan. Gebruik dit richtsnoer om vóór de start van het project afspraken te maken over eigendom, gebruik en overdracht van kennis.
Elke universiteit heeft knowledge transfer officers die onderzoekers helpen kennis uit hun onderzoek over te dragen. Deze valorisatie-experts hebben principes opgesteld voor publiek-private samenwerking (KTO-richtlijn). Betrek die principes bij de vraag wie eigenaar wordt van kennis, wie haar mag gebruiken en hoe de overdracht plaatsvindt.
Verklaar rollen, nevenactiviteiten en belangen vooraf
In de regeling nevenwerkzaamheden hebben universiteiten afgesproken hoe zij omgaan met nevenwerkzaamheden van hoogleraren. Hoogleraren vragen toestemming voor nevenwerkzaamheden; die worden gepubliceerd op de profielpagina van de betreffende hoogleraar.
De KNAW geeft richtlijnen voor publiek-private samenwerking. Zo beveelt de KNAW een verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid aan, net als een verklaring over belangenverstrengeling. Leg vooraf vast wie welke rol heeft en welke nevenactiviteiten of belangen kunnen spelen.
Zet financiering en publieke middelen op een rij
Binnen de TKI’s liepen de publiek-private R&D-investeringen in 2022 op tot 1.380 miljoen euro. Bedrijven investeerden daarin 686 miljoen euro in de publieke kennisinfrastructuur, 49 procent van de totale investeringen in pps. Deze bedragen gaan alleen over publiek-private R&D-samenwerking binnen de topsectoren en de daaraan verbonden TKI’s.
Tot en met 2023 stimuleerde de PPS-toeslagregeling publiek-private samenwerking binnen de programma’s van de TKI’s. In 2024 is die regeling opgevolgd door het instrument PPS Innovatie.
In de notities Helderheid licht de overheid de wetgeving rond de besteding van publieke middelen toe, inclusief bekostigingsregels voor publiek-private samenwerking. Uitgangspunt is dat activiteiten moeten bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs of onderzoek.
Publiek-private R&D-investeringen in Nederland (2022)
- 1.380Totaal investeringen
- 686Bedrijfsinvesteringen
- 49%Aandeel bedrijven
Kies bewust een contract- of samenwerkingsvorm
PPS is een mogelijke contractvorm tussen overheid en markt en volgens Rijkswaterstaat de meest verregaande vorm van samenwerking tussen overheid en markt. De regie en het eindresultaat blijven bij de overheid; de uitvoering gaat zo veel mogelijk naar marktpartijen.
Het strategisch partnership is een recentere samenwerkingsvorm in publiek-private samenwerking in onderzoek. Het Rathenau Instituut onderzoekt hoe die verschilt van andere vormen en signaleert dat strategische partnerships een nieuwe dynamiek in wetenschap en innovatie veroorzaken, met nieuwe kansen, afwegingen en verantwoordelijkheden. Rathenau onderzocht onder meer ARCNL (ASML, Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit en NWO), Chemelot InSciTe (DSM, TU Eindhoven, Universiteit Maastricht, Maastricht UMC+ en provincie Limburg) en DELTA Lab (Bosch en Universiteit van Amsterdam).
Bij de keuze weegt u af hoe ver de betrokkenheid gaat: van het laten uitvoeren van een afgebakende taak tot een langdurig contract waarin een marktpartij ontwerp, bouw, beheer, onderhoud en financiering op zich neemt, of een strategisch partnership. Rijkswaterstaat noemt als voordelen dat PPS-projecten vaak sneller zijn afgerond en daardoor vaker binnen het budget blijven, en dat marktpartijen mede verantwoordelijk worden voor het hele proces en voor gebruik en onderhoud op de lange termijn. Daar staat tegenover dat PPS-contracten vaak ingewikkeld zijn en dat uitbesteden niet altijd beter of goedkoper is.
Vergelijking van samenwerkingsvormen: PPS vs. Strategisch Partnership
- Regie en eindresultaat
- Blijft bij overheid
- Uitvoering
- Gaat naar marktpartijen
- Niveau van betrokkenheid
- Hoog (PPS), langdurig partnerschap met strategische focus (strategisch partnership)
- Voordelen
- Sneller afgerond, budgetvastheid, mede-verantwoordelijkheid voor onderhoud
- Nadelen
- Ingecomplexere contracten, niet altijd goedkoper
Stappen in het opzetten van een publiek-private samenwerking
- 1. Bepaal doel en scopeWat wil je bereiken binnen een topsector of TKI-programma?
- 2. Kies samenwerkingsvormPPS, strategisch partnership of opdracht? Afweging gebaseerd op duur, risico en betrokkenheid.
- 3. Leg rollen en verantwoordelijkheden vastWie houdt regie? Wie voert uit? Welke taken blijven bij overheid?
- 4. Regel intellectueel eigendom en publicatieGebruik Richtsnoer IE-recht en KTO-principes; afspraken over publicatie en onafhankelijkheid.
- 5. Zorg voor financiële transparantieVolg bekostigingsregels (notities Helderheid), gebruik instrumenten zoals PPS Innovatie.
- 6. Voer contract uit en monitorControleer op tijd, budget, kwaliteit en naleving van afspraken.
Checklist: wat legt u voor de start vast?
Loop vóór de start ten minste deze punten na. Rollen en regie: leg vast wie de regie en het eindresultaat houdt, wie uitvoert, welke taken bij de opdrachtgever blijven, welke worden uitbesteed en wat de looptijd is (bij PPS kan die twintig of dertig jaar zijn). Onafhankelijkheid en publicatie: publicatierecht, eventueel een afgesproken termijn, geen invloed van het bedrijf op de resultaten en wetenschappelijke relevantie naast bedrijfsrelevantie. IE en kennisoverdracht: eigendom, gebruik en overdracht van kennis, met het Richtsnoer Intellectueel Eigendomsrecht en de KTO-principes als hulpmiddel. Nevenactiviteiten en belangen: toestemming en publicatie van nevenwerkzaamheden van hoogleraren en de door KNAW aanbevolen verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid en verklaring over belangenverstrengeling. Financiering en publieke middelen: de bekostigingsregels voor PPS, de PPS-toeslagregeling tot 2023 en het instrument PPS Innovatie vanaf 2024, de notities Helderheid en het uitgangspunt dat activiteiten bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs of onderzoek. En de contractvorm: weeg af of een PPS-contract, een strategisch partnership of een andere samenwerkingsvorm past bij de gewenste mate van betrokkenheid.
